Onze centrumassistenten adviseren

‘Band met patiënten’
Of u nu belt of bij ons langskomt, u heeft altijd contact met een (aantal) van onze zeven centrumassistenten. Wat doen zij? Béthanie Mercera en Rosemary Meijer vertellen over hun boeiende baan.

Béthanie Mercera en Rosemary Meijer

“Iedere ochtend vanaf 8.00 uur rinkelt bij ons de telefoon en komen er mensen naar ons centrum toe. Een collega werkt aan de balie om de patiënten te woord te staan en zeker twee collega’s beantwoorden de telefoon en maken afspraken voor het spreekuur. Dat gaat door tot 17.00 uur,” steekt Rosemary van wal. “Ook prikken we bloed, luisteren de receptenlijn af, geven injecties, meten de bloeddruk, doen uitstrijkjes, maken ECG’s, verwijderen hechtingen, spuiten oren uit et cetera. En niet te vergeten: we sorteren de post en als deze door de betrokken huisarts is gezien verwerken we die in het digitale en het papieren dossier van de patiënten.”

Uitvragen
De centrumassistenten werken voor alle huisartsen. “We doen altijd alles in overleg met hen. Samenwerking, overleg en afstemming met alle betrokkenen, dat is de kern van ons vak. Dat geldt ook voor onderzoeksuitslagen. Wij mogen als doktersassistenten zelf geen uitslagen interpreteren, dat doet de huisarts. Ziekenhuizen en laboratoria noemen vaak een dag waarop de uitslag bekend is. Ze vergeten er dan bij te zeggen dat de huisarts deze uitslag eerst moet bekijken en moet bepalen of, en zo ja welke acties er nodig zijn. Dat kost tijd. Daarom kunnen we de uitslag van een onderzoek pas ’s middags na 14.00 uur aan u doorgeven. Bijkomend voordeel is dat we dan minder worden gebeld dan ’s ochtends waardoor we meer tijd voor u hebben. Heeft u bloed laten prikken of een röntgenfoto laten maken, dan kunt u drie werkdagen aanhouden voordat we de uitslag weten.”
 
Advies
Rosemary werkt 28 jaar als doktersassistente. “In die tijd zijn patiënten mondiger geworden. Ze zijn beter geïnformeerd en denken mee. Dat vind ik alleen maar goed. Maar soms betekent het ook dat mensen heel veel noten op hun zang hebben. We zijn er om te helpen en doen onze uiterste best om de beste zorg te leveren, maar kunnen geen ijzer met handen breken.” Béthanie: “Wij doen de triage aan de telefoon. Dat wil zeggen dat we bij de beller alles uitvragen en dan beoordelen of de klachten zodanig zijn dat iemand die dag gezien moet worden door de huisarts of de verpleegkundig specialist of dat het een dag later kan of dat wij het zelf kunnen afhandelen met een recept of advies. Als het spreekuur vol zit, maar wij het toch noodzakelijk vinden dat de huisarts u ziet, dan kan dat. Voor acute zaken hebben we altijd een extra spreekuur om 11.30 uur. We kunnen dan alleen niet garanderen dat u bij uw eigen huisarts terechtkunt. Sommige patiënten denken dat wij er zijn om iedereen af te houden, maar dat is zeker niet zo. Soms geven wij juist het advies dat iemand echt gezien moet worden.”

Persoonlijk contact
De grote variatie aan patiënten en werkzaamheden maakt volgens Rosemary en Béthanie hun werk zo leuk. “Van jonge gezinnen tot hoogbejaarden, van mensen in tehuizen tot tienermoeders en een uitgebreid palet aan nationaliteiten. Sommige patiënten komen als baby binnen en die zie je opgroeien. Met iedereen hebben we persoonlijk contact en dat is voor mij de leukste kant van ons beroep,” vindt Rosemary. “Hiervoor was ik doktersassistente in een ziekenhuis en daar zag ik patiënten niet vaak,” aldus Béthanie. “In de ruim 15 maanden dat ik bij Charley Toorop werk, heb ik ervaren dat je een band kunt opbouwen met een patiënt. Verder vind ik de interactie met mijn collega’s, de artsen en de andere zorgverleners in het centrum erg leuk.”


terug naar boven